Een acute spierblessure komt vaak voor bij sporters en actieve mensen. Deze blessure ontstaat meestal plotseling tijdens explosieve bewegingen zoals sprinten, springen of abrupt stoppen. De betrokken spieren krijgen hierbij een hogere belasting te verduren dan ze aankunnen. Het resultaat is een verrekking (graad 1) of zelfs een spierscheur (graad 2 of 3 ruptuur). Door de juiste kennis over oorzaken en herstel kun je de impact van een spierblessure aanzienlijk beperken.
Bepaalde spieren zijn gevoelig voor verrekkingen. Spieren die: meerdere gewrichten overbruggen, excentrisch werken (arbeid leveren terwijl ze oprekken), voornamelijk snelle spiervezels bevatten. Daarom worden de hamstrings, de rectus femoris, de gastrocnemius en de adductor longus het meest getroffen.
De symptomen van een acute spierblessure zijn vaak direct merkbaar. Je kunt een scherpe pijn voelen, soms gepaard met een “knappend” gevoel. Andere signalen zijn zwelling, blauwe plekken en moeite met lopen. Hoe ernstiger de blessure, hoe beperkter doorgaans de bewegingsvrijheid. Het is belangrijk om deze signalen serieus te nemen en niet door de pijn heen te trainen.Afhankelijk van de grootte van de scheur kan de genezing 2 tot 16 weken of zelfs langer duren. De (elastische) kwaliteit van het littekenweefsel is een belangrijke factor in de kans op terugval.
Fysiotherapie na een acute spierblessure
Acute fase (-48 uur)
- ijs, elevatie, compressie van de spierbuik met verkorting (verband)
- stimulatie van de bloedsomloop door pijnvrije actieve bewegingen
- rust (krukken)
- geen contractie, rek- of massage op de aangedane plek
na 48 uur
- Na 2-7 dagen stopt de ontsteking en begint de profileratiefase van het bindweefsel.
Om de juiste opbouw van nieuwe vezels te stimuleren, kunnen behandeltechnieken worden toegepast in combinatie met passieve rek- en strekoefeningen.
- massage om hypertonie te verminderen en doorbloeding te verbeteren
- progressieve training van motorische spiereigenschappen:
flexibiliteit, coördinatie, snelheid, kracht en uithoudingsvermogen met progressieve belasting:
*van langzame naar explosieve bewegingen
*van coördinatief makkelijk naar meer complex
*van lage naar hoge intensiteit
* alternatieve training van cardiovasculair uithoudingsvermogen
Dit eindigt in sportspecifieke training. Terugkeer naar sportactiviteiten wanneer deze pijnvrij kunnen worden uitgevoerd, ook over een langere periode.
Preventie van spierblessures
*verbetering van de motorische spiereigenschappen: flexibiliteit, coördinatie, snelheid, kracht en uithoudingsvermogen
*vermindering van krachtverschillen tussen het linker- en rechterbeen (indien meer dan 10%)
*simulatie van het traumamoment. De bekende Nordic oefeningen zijn daar vaak een onderdeel ervan. Maar er zijn er twee type hamstringsblessures waarvan er één in verlengde positie optreedt, wat de Nordic in dat geval geen functionele training voor het doorgemaakte trauma zou maken. Vaak is de beste tactiek ontlasting van de betrokken spier indien deze slechts slachtoffer en geen oorzaak is, plus de bestendigheid van de spier zelf (weer) vergroten.
*Voorlichting aan de patiënt over het belang van voldoende warming-up en stretching
*Aanpassing van de trainingsbelasting en -opbouw na ziekte, overtraining of algemene blessures.
*Naast het optimaliseren van lokale functies, moeten alle invloeden op de spierfunctie worden geanalyseerd, zoals biomechanica (bijv. verschillen in beenlengte, gewrichtsfunctie en spierbalans), aangezien de spier het slachtoffer kan zijn en niet de oorzaak van een gebrek aan lokale aanpassingsmogelijkheden.